Samengestelde groei ontstaat wanneer beleggingsrendement belegd blijft en later zelf rendement kan opleveren. Daardoor kan je saldo harder groeien dan wanneer je elk rendement opneemt, maar een belegging levert geen vaste of gegarandeerde opbrengst op.
Wat er met je geld gebeurt
Bij enkelvoudige rente wordt rendement steeds berekend over je oorspronkelijke inleg. Bij samengestelde groei telt eerder behaald rendement mee in de basis waarop later rendement wordt berekend. Nieuwe stortingen vergroten die basis ook, maar zijn geen rendement.
Een eenvoudige formule voor één startbedrag is:
Eindsaldo = startbedrag × (1 + rendement per periode)^aantal perioden
De periode en het rendement moeten overeenkomen. Gebruik je een jaarlijks rendement, dan staat het aantal perioden in jaren. De formule veronderstelt bovendien dat het rendement elke periode gelijk blijft.
Hoe compounding het eindsaldo verandert
Hypothetisch rekenvoorbeeld: € 1.000 startkapitaal bij een constant jaarlijks rendement van 10% over tien jaar, zonder nieuwe stortingen, kosten of belastingen. De eerste tabel herbelegt het rendement jaarlijks; de tweede neemt het op. De laatste kolom van de tweede tabel telt het startkapitaal en alle opgenomen bedragen bij elkaar op: het belegde saldo blijft € 1.000. Bedragen zijn alleen voor de weergave afgerond op centen.
| Jaar | Kapitaal bij jaarbegin (€) | Rendement in het jaar (€) | Saldo bij jaareinde (€) |
| 1 | 1.000,00 | 100,00 | 1.100,00 |
| 2 | 1.100,00 | 110,00 | 1.210,00 |
| 3 | 1.210,00 | 121,00 | 1.331,00 |
| 4 | 1.331,00 | 133,10 | 1.464,10 |
| 5 | 1.464,10 | 146,41 | 1.610,51 |
| 6 | 1.610,51 | 161,05 | 1.771,56 |
| 7 | 1.771,56 | 177,16 | 1.948,72 |
| 8 | 1.948,72 | 194,87 | 2.143,59 |
| 9 | 2.143,59 | 214,36 | 2.357,95 |
| 10 | 2.357,95 | 235,79 | 2.593,74 |
| Jaar | Belegd kapitaal (€) | Opgenomen jaarrendement (€) | Kapitaal + cumulatieve opnamen (€) |
| 1 | 1.000,00 | 100,00 | 1.100,00 |
| 2 | 1.000,00 | 100,00 | 1.200,00 |
| 3 | 1.000,00 | 100,00 | 1.300,00 |
| 4 | 1.000,00 | 100,00 | 1.400,00 |
| 5 | 1.000,00 | 100,00 | 1.500,00 |
| 6 | 1.000,00 | 100,00 | 1.600,00 |
| 7 | 1.000,00 | 100,00 | 1.700,00 |
| 8 | 1.000,00 | 100,00 | 1.800,00 |
| 9 | 1.000,00 | 100,00 | 1.900,00 |
| 10 | 1.000,00 | 100,00 | 2.000,00 |
Een hypothetisch rekenvoorbeeld gebruikt € 10.000, een constant jaarlijks rendement van 10% en een looptijd van 30 jaar. Met herbelegging komt de formule uit op ongeveer € 174.494. Neem je jaarlijks € 1.000 rendement op, dan blijft € 10.000 belegd en is na 30 jaar in totaal € 30.000 opgenomen. Het startkapitaal plus de opgenomen opbrengsten bedraagt dan € 40.000. Het verschil in totale waarde is ongeveer € 134.494.
| Rekenscenario | Startbedrag | Rendement per jaar | Looptijd | Totale waarde: belegging + opnamen |
| Rendement herbelegd | € 10.000 | 10%, constant | 30 jaar | circa € 174.494 |
| Rendement opgenomen | € 10.000 | 10%, berekend over de startinleg | 30 jaar | € 40.000 |
Dit is een wiskundige illustratie, geen rendementsverwachting. De berekening laat koersschommelingen, kosten, belastingen en inflatie buiten beschouwing. Bij een belegging kan het rendement wisselen en ook negatief zijn.
Wat maandelijkse inleg kan opleveren
Een voorbeeld van MicroBank rekent met € 100 inleg aan het einde van elke maand, tien jaar lang, bij een jaarlijks rendement van 5% en maandelijkse samengestelde berekening. De totale inleg is dan € 12.000; het berekende eindsaldo is ongeveer € 15.528. Het verschil van circa € 3.528 is de groei in deze illustratie, vóór eventuele kosten en belastingen.
De maandelijkse stortingen en de groei van het opgebouwde saldo zijn twee verschillende bronnen van vermogensgroei. De uitkomst hangt ook af van het moment waarop je stort: een bedrag aan het begin van een periode kan langer rendement opleveren dan hetzelfde bedrag aan het einde.
Waar rendement opnieuw wordt belegd
Bij een accumulerende fonds- of ETF-klasse worden opbrengsten binnen het fonds herbelegd. Bij een distribuerende klasse worden opbrengsten aan de belegger uitgekeerd. Die uitkering kan buiten de belegging blijven, maar je kunt de opbrengst ook zelf opnieuw beleggen. Of dat gebeurt, hangt dus mede af van wat je met het uitgekeerde geld doet.
Bij aandelen kan een uitgekeerd dividend opnieuw worden belegd. Zonder herbelegging groeit dat deel niet mee met de belegging. Belastingen en kosten kunnen bovendien het bedrag verlagen dat beschikbaar blijft om te beleggen.
De video van Invertir desde Cero bespreekt op een whiteboard hoe herbelegging, fondsuitkeringen, belastingen en kosten samenhangen met samengestelde groei.
Periodiek beleggen of een bedrag ineens?
Periodieke inleg spreidt je aankoopmomenten, maar levert niet altijd een hoger eindsaldo op dan een bedrag dat je al beschikbaar hebt en meteen belegt. In de twee hypothetische scenario’s van Ibercaja pakten periodieke aankopen beter uit bij dalende en daarna herstellende koersen. Bij koersen die gedurende de hele periode stegen, leverde het bedrag ineens meer op.
De uitkomst hangt dus mede af van het koersverloop. Periodiek beleggen kan de afhankelijkheid van één instapmoment spreiden, maar is geen garantie op een hoger rendement. Geld dat je op korte termijn nodig hebt, je beleggingshorizon en hoeveel risico je kunt dragen, blijven relevant bij de keuze.
Wat je controleert voordat je gaat beleggen
Wil je een rekening, deposito, fonds, ETF of aandeel gebruiken om rendement te laten aangroeien, kijk dan eerst hoe het rendement ontstaat en wat ermee gebeurt. Bij een deposito zijn onder meer de rente, looptijd en afspraken over bijschrijving of herbelegging van belang. Bij beleggingen kunnen rendementen schommelen; een vast percentage in een rekentool verandert dat niet.
Controleer bij een fonds of ETF of de gekozen klasse opbrengsten herbelegt of uitkeert. Tel bij een periodieke inleg je eigen stortingen apart van de berekende groei. Houd ook rekening met kosten en belastingen, omdat die het bedrag verkleinen dat verder kan renderen.