De lawinemethode past bij wie vooral rentekosten wil beperken; de sneeuwbalmethode bij wie gemotiveerd kan raken door snel een kleine schuld weg te werken. Bij de sneeuwbalmethode gaat je extra aflossing naar het kleinste openstaande saldo, bij de lawinemethode naar de hoogste rente. In beide gevallen blijf je alle verplichte minimumbedragen betalen. In het hypothetische rekenvoorbeeld in dit artikel kost de lawinemethode minder rente, maar zijn beide methoden in maand 4 klaar.
Welke schuld krijgt voorrang?
| Kenmerk | Sneeuwbalmethode | Lawinemethode |
| Volgorde | Kleinste openstaande saldo eerst | Hoogste rentepercentage eerst |
| Aantrekkelijk voor wie | Waarde hecht aan het snel wegwerken van een kleine schuld | Vooral de rentekosten wil beperken |
| Mogelijk nadeel | Schulden met een hogere rente kunnen langer blijven staan | Een grote schuld met hoge rente kan lang het eerste doel blijven |
| Na volledige aflossing | Vrijgekomen betaling naar de volgende kleinste schuld | Vrijgekomen betaling naar de schuld met de volgende hoogste rente |
Zo werken de sneeuwbal- en lawinemethode
Het verschil zit in de bestemming van het geld dat je boven op de verplichte betalingen kunt missen. De sneeuwbalmethode rangschikt schulden van klein naar groot. De lawinemethode rangschikt ze van het hoogste naar het laagste rentepercentage. De Consumer Financial Protection Bureau (CFPB) beschrijft de afweging als zichtbare vooruitgang tegenover het aanpakken van schulden met een hoge rente.
Bij sneeuwbal kijk je naar het openstaande saldo, dus niet naar de kleinste maandtermijn. Bij lawine kijk je naar het rentepercentage, niet naar de schuld waarop je op dit moment het grootste bedrag aan rente betaalt. Een grote schuld tegen een laag percentage kan immers een hoger rentebedrag opleveren dan een kleine schuld tegen een hoog percentage.
De gekozen schuld krijgt haar eigen minimumbetaling plus het extra aflosbudget. Alle andere schulden krijgen hun verplichte betaling op tijd. Zodra een schuld volledig is afgelost, schuif je ook de vrijgekomen maandtermijn door naar het volgende doel. Wells Fargo beschrijft deze betaal- en doorschuifregels voor beide methoden.
Dat doorschuiven is essentieel. Als je na de eerste afgeloste schuld minder gaat betalen, verandert niet alleen de volgorde, maar ook het totale aflosbudget. Een vergelijking tussen de methoden wordt dan óók een vergelijking tussen verschillende betaalbedragen.
Dezelfde maandruimte, twee berekende uitkomsten
Neem twee fictieve schulden. Alle bedragen zijn rekeneenheden: het zijn verzonnen uitgangspunten voor een educatieve berekening, geen actuele kredietaanbiedingen.
- Schuld A: saldo 500, vaste nominale jaarrente 0%, vaste minimumbetaling 100 per maand.
- Schuld B: saldo 1.000, vaste nominale jaarrente 24%, vaste minimumbetaling 100 per maand.
- Extra aflosbudget: 300 per maand boven op de twee minimumbetalingen. Het totale maandbudget is daarmee 500.
De minimumbetaling geldt zolang het resterende verschuldigde bedrag daarvoor groot genoeg is. De laatste betaling bedraagt precies wat nog verschuldigd is.
De rekenregels
Elke maand wordt eerst rente toegevoegd, daarna volgt de betaling aan het einde van de maand. De maandrente is in dit model de nominale jaarrente gedeeld door 12. Schuld B krijgt dus 2% rente per maand. Rente en betalingen worden afgerond op twee decimalen.
Geld dat bij het aflossen van de gekozen schuld overblijft, gaat dezelfde maand naar de andere schuld. Schuld A blijft gedurende de hele berekening renteloos. Er zijn geen kosten, boetes, nieuwe aankopen, rentewijzigingen, aflopende actietarieven, belastingen of valutaomrekeningen. Deze aannames bepalen de berekening; de werkelijke renteberekening van een kredietverstrekker kan anders verlopen.
Uitkomsten van het hypothetische voorbeeld
| Berekende uitkomst | Sneeuwbalmethode | Lawinemethode |
| Eerste doel | Schuld A: 500 tegen 0% | Schuld B: 1.000 tegen 24% |
| Totale rente | 50,15 | 37,05 |
| Totaal betaald | 1.550,15 | 1.537,05 |
| Eerste schuld volledig afgelost | Maand 2 | Maand 3 |
| Alles afgelost | Maand 4 | Maand 4 |
| Laatste betaling | 50,15 | 37,05 |
De lawinemethode kost hier 13,10 rekeneenheden minder rente: 50,15 − 37,05. De sneeuwbalmethode werkt de eerste schuld één maand eerder weg.
Hoe de sneeuwbalmethode uitpakt
In maand 1 krijgt A een betaling van 400 en B een betaling van 100. Op B komt eerst 20 rente. De resterende saldi zijn daardoor 100 voor A en 920 voor B.
In maand 2 wordt A met 100 volledig afgelost. De overige 400 gaat naar B. Na 18,40 rente en die betaling resteert daar 538,40. In maand 3 komt er 10,77 rente bij; na een betaling van 500 blijft 49,17 over. In maand 4 volgt nog 0,98 rente en een laatste betaling van 50,15.
Hoe de lawinemethode uitpakt
In maand 1 krijgt A een betaling van 100 en B een betaling van 400. Na 20 rente op B resteren saldi van 400 en 620. In maand 2 wordt opnieuw 100 aan A en 400 aan B betaald. B krijgt eerst 12,40 rente. Daarna resteert 300 bij A en 232,40 bij B.
In maand 3 komt op B nog 4,65 rente. Met 237,05 is B volledig afgelost. Van het maandbudget blijft 262,95 over voor A, waardoor daar nog 37,05 openstaat. Die laatste schuld verdwijnt in maand 4.
Wat kosten, tempo en motivatie betekenen voor je keuze
Kies lawine als rentekosten vooropstaan
Bij gelijke betaalmomenten en hetzelfde budget richt lawine het extra geld op de hoogste rente. Daardoor blijft het duurste geleende geld minder lang uitstaan. Dat rentevoordeel veronderstelt wel dat kosten of bijzondere contractvoorwaarden het voordeel niet tenietdoen.
Het rekenvoorbeeld laat zien waarom minder rente en minder betaalmaanden verschillende uitkomsten zijn. De lawinemethode heeft een kleinere laatste betaling, maar die valt nog steeds in maand 4. Wie een aflosplan vergelijkt, heeft daarom meer aan zowel het totale rentebedrag als de einddatum dan aan alleen het aantal maanden.
Kies sneeuwbal als een vroege afgeloste schuld je helpt
Een kleine schuld wegwerken kan overzicht en een gevoel van vooruitgang geven. Dat kan aantrekkelijk zijn wanneer een grote schuld tegen een hoge rente lang je eerste doel zou blijven. De mogelijke motivatie door zo'n vroege mijlpaal is persoonlijk; een betere volharding volgt er niet automatisch uit.
In het voorbeeld is de prijs van die eerdere mijlpaal concreet: het renteloze saldo verdwijnt eerder, terwijl meer van de rentedragende schuld blijft staan. Daardoor lopen de rentekosten hoger op.
Combineren kan, maar verandert de uitkomst
Wells Fargo noemt ook een combinatie van beide methoden als mogelijkheid. Je kunt bijvoorbeeld eerst een kleine schuld aflossen en daarna op rente rangschikken. Daarmee verander je de betaalvolgorde. Het effect op kosten en looptijd hangt vervolgens af van de gekozen schulden, betaalbedragen en contractvoorwaarden.
Vergelijk zo'n combinatie met hetzelfde totale maandbudget. Anders is niet duidelijk welk deel van het verschil door de methode ontstaat en welk deel door meer of minder betalen.
Minimumbetalingen en betaalbaarheid komen eerst
Een extra aflosbedrag is pas haalbaar als je noodzakelijke uitgaven en alle verplichte schuldtermijnen binnen je inkomen passen. Houd ook rekening met onverwachte uitgaven. Een reserve kan helpen voorkomen dat een tegenvaller meteen tot nieuwe schuld leidt.
Begin daarom met je budget en rekeningoverzichten, voordat je een aflosvolgorde vastlegt. Noteer per schuld:
- het actuele openstaande saldo;
- de toepasselijke rente en eventuele wijzigingen daarvan;
- het verplichte maandbedrag en de betaaldatum;
- voorwaarden en mogelijke kosten voor extra of volledige aflossing.
Zet de vervaldata in een betaalagenda. Kies daarna de volgorde, reserveer alle verplichte betalingen en wijs alleen het betaalbare extra bedrag aan je eerste doel toe. Controleer na iedere afgeloste schuld of de vrijgekomen termijn daadwerkelijk naar het volgende doel gaat. Werkelijke rekeningoverzichten blijven leidend voor het resterende saldo.
De minimumbetaling maakt een schuld niet automatisch renteloos
De contractuele minimumbetaling is het bedrag dat je moet betalen om aan die maandelijkse verplichting te voldoen. Bij een rentedragend saldo kan ondertussen rente blijven ontstaan.
Het CFPB legt dit uit voor Amerikaanse creditcards: de verplichte minimumbetaling staat los van méér betalen om de rentekosten te beperken. De toezichthouder beschrijft ook verschillende rentepercentages per soort transactie of periode en mogelijke dagelijkse rente-op-rente.
Gebruik voor je eigen planning de rentevoorwaarden en verplichte bedragen uit je overeenkomst. Bij een tijdelijk tarief hoort ook de datum waarop dat tarief verandert. Een model met één vaste rente gedurende de hele looptijd past niet zonder aanpassing bij zulke voorwaarden.
Wat vervroegd aflossen in Nederland kan kosten
Voor Nederlandse kredietovereenkomsten met een vaste looptijd zijn de kosten van vervroegd aflossen beperkt, aldus Rijksoverheid. Neem de voorwaarden van je eigen krediet mee wanneer je bepaalt waar een extra betaling het meeste oplevert.
Vraag de kredietverstrekker welke kosten bij gedeeltelijke of volledige aflossing gelden en welk bedrag op de gewenste aflosdatum nodig is. Vergelijk vervolgens de rente en toekomstige kosten die je kunt vermijden met eventuele kosten van de extra aflossing. Het rekenvoorbeeld zonder kosten is daarvoor een vertrekpunt, geen persoonlijk aflosbedrag.
Als betalen niet meer lukt
Als je inkomen de noodzakelijke uitgaven en verplichte termijnen niet dekt, is er geen houdbaar extra bedrag om tussen schulden te verdelen. Een andere rangschikking lost dat tekort niet op.
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) adviseert bij betalingsproblemen zo snel mogelijk contact op te nemen met de kredietverstrekker en eventuele andere schuldeisers. Vraag of een betalingsregeling mogelijk is. Met een overzicht van inkomsten, uitgaven en openstaande betalingen kun je bespreken welk bedrag haalbaar is.
Als je er zelf niet uitkomt, verwijst de AFM naar de gemeente om te informeren naar schuldhulpverlening. Wie zelf een schuldhulpverlener inschakelt, krijgt van de AFM het advies te controleren of die bij de NVVK is aangesloten.