Samengestelde groei ontstaat wanneer beleggingsopbrengsten belegd blijven en zelf rendement kunnen opleveren. Bij een beleggingsfonds hangt dat effect af van de koersontwikkeling, de uitkeringsklasse en de kosten. Een vast rendement is niet gegarandeerd.
Wat rendement op rendement betekent
Bij enkelvoudige rente wordt een opbrengst berekend over het oorspronkelijke bedrag. Bij samengestelde rente tellen eerder behaalde opbrengsten mee in het bedrag waarover later rendement kan ontstaan. Dat kan groei versterken, maar een fonds kan ook in waarde dalen.
De waarde van een fonds wordt doorgaans weergegeven als de netto-inventariswaarde (NIW) per participatie. Die beweegt mee met de waarde van de beleggingen in de portefeuille. Daardoor werkt een vast percentage alleen als rekenaanname, niet als voorspelling voor een fonds.
De formule rekent met een vast rendement
Bij een vast jaarlijks rendement dat eenmaal per jaar wordt verrekend, is de formule: A = P × (1 + r)^t. Daarbij is P het startbedrag, r het veronderstelde rendement per periode en t het aantal perioden. De letter A staat voor het eindbedrag.
Bij een fonds kan het rendement per periode verschillen. Een vereenvoudigde berekening vermenigvuldigt dan de opeenvolgende factoren: Vₙ = V₀ × (1 + r₁) × (1 + r₂) × … × (1 + rₙ). V₀ is de beginwaarde en elke r het rendement in een afzonderlijke periode. Inleg, uitkeringen, belastingen en kosten die niet al in de fondswaarde zijn verwerkt, veranderen het uiteindelijke resultaat.
Een rekenvoorbeeld met vaste aannames
Stel dat € 1.000 tien jaar lang elk jaar een constant rendement van 5% oplevert. Zonder extra inleg, opnames, kosten of belastingen groeit het bedrag met jaarlijkse samengestelde rente tot ongeveer € 1.628,89. Bij enkelvoudige rente, waarbij de jaarlijkse € 50 niet wordt herbelegd, komt het na tien jaar uit op € 1.500.
| Rekenmethode | Aangenomen rendement | Bedrag na tien jaar |
| Samengestelde rente | 5% per jaar | € 1.628,89 |
| Enkelvoudige rente | 5% per jaar | € 1.500 |
De uitkeringsklasse bepaalt waar inkomsten terechtkomen
Een accumulerende klasse houdt inkomsten uit beleggingen binnen het fonds. Bij een distribuerende klasse wordt een deel of alle inkomsten volgens de fondsvoorwaarden aan beleggers uitgekeerd. Daardoor blijven uitgekeerde bedragen niet vanzelf in het fonds om mee te groeien.
Een vereenvoudigd voorbeeld: bij een belegging ter waarde van € 100 komt € 2 aan inkomsten binnen. Als de onderliggende beleggingen niet van prijs veranderen, wordt de accumulerende participatie in het voorbeeld € 102 waard. Bij een uitkerende klasse blijft € 100 belegd en ontvangt de belegger € 2. De uitkering opnieuw beleggen kan het bedrag weer aan het werk zetten, maar de fondswaarde kan intussen ook stijgen of dalen.
Bereken het totaalrendement zonder een uitkering dubbel te tellen
De verandering van de NIW per participatie vertelt niet het hele verhaal bij een uitkerende klasse: de belegger ontvangt daarnaast geld. Bij een enkele uitkering en zonder extra inleg of opname is een eenvoudige berekening: (eind-NIW − begin-NIW + uitkering per participatie) ÷ begin-NIW. Tel de uitkering dus één keer mee naast de verandering in de NIW.
Als de uitkering opnieuw wordt belegd, moet ook die herbelegging in de berekening van het totaalrendement worden verwerkt. Alleen de begin- en eind-NIW vergelijken kan de opbrengst dan verkeerd weergeven.
Een daling werkt door op de opgebouwde waarde
Een percentageverlies wordt berekend over de waarde op dat moment, inclusief eerder behaalde winst. Een stijging van 20% brengt € 1.200 op € 1.440. Een daaropvolgende daling van 20% laat € 1.152 over, 4% minder dan het beginbedrag. De twee procentuele bewegingen heffen elkaar niet op, omdat de daling wordt berekend over het hogere bedrag.
Kosten drukken het bedrag dat kan doorgroeien
Beheerkosten en kosten voor de bewaarder worden aan het fonds in rekening gebracht en verwerkt in de NIW. Daardoor blijft er minder fondswaarde over om rendement op te behalen. Volgens de fondsdocumentatie kunnen daarnaast kosten gelden voor aankoop of verkoop van participaties.
Bekijk bij een fonds de voorwaarden van de gekozen participatieklasse en de kosteninformatie. Controleer ook hoe inkomsten worden behandeld: bij een accumulerende klasse blijven ze in het fonds, terwijl een uitkerende klasse ze geheel of gedeeltelijk aan de belegger betaalt.